In organisaties zoeken we beweging gemakkelijk buiten onszelf. Een nieuwe structuur, een ander plan, een andere verdeling van taken of een volgende stap in de loopbaan. Daar kan een goede reden voor zijn. Wat ik in coaching zie, is dat beweging een andere laag krijgt wanneer iemand opnieuw contact maakt met wat voor hem of haar klopt. Niet alleen kijken naar wat er buiten jezelf kan veranderen, maar ook naar wat je vanbinnen al merkt.
Daaronder ligt een vraag die veel groter is dan de keuze voor een nieuwe baan of een andere functie: hoe ontdek je wat echt bij je past in werk en leven?
Die vraag laat zich niet in één gesprek beantwoorden. Je vindt het antwoord ook niet uitsluitend door langer na te denken. Wat bij je past, laat zich zien in verschillende soorten informatie. In wat je denkt, in wat je voelt, in wat je wel of niet durft en in wat er gebeurt wanneer je iets daadwerkelijk doet.
Denken maakt zichtbaar wat terugkomt
Denken helpt om patronen te herkennen. Je kunt terugkijken op situaties en onderzoeken waar je energie van kreeg, wanneer iets begon te schuren en welke rol je daarin zelf innam. Je ziet verbanden tussen verschillende momenten die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hadden.
Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer je in een team steeds als eerste verantwoordelijkheid naar je toe trekt? Doe je dat omdat je daar energie van krijgt en het werkelijk bij je past? Of ben je eraan gewend geraakt dat jij degene bent die overzicht houdt en zorgt dat iets verder komt?
Dat verschil is niet altijd direct duidelijk.
Iets goed kunnen, zegt nog niet dat je het ook graag wilt blijven doen. Waardering krijgen voor een bepaalde kwaliteit vertelt evenmin of die kwaliteit op deze plek en in deze hoeveelheid nog bij je past. Door daar bewust naar te kijken, ontstaat informatie over wat van jou is en wat in de loop van de tijd een patroon is geworden.
Voelen voegt informatie toe die je niet kunt bedenken
Naast denken is er de informatie uit je lijf. Je merkt dat een gesprek je energie geeft. Je voelt spanning wanneer je aan een bepaalde afspraak denkt. Bij het ene idee komt er beweging, bij het andere trekt er iets samen.
Dat gevoel geeft geen opdracht en hoeft niet direct tot een keuze te leiden. Het vertelt wel iets.
Juist wanneer je gewend bent om situaties te analyseren, door te pakken en oplossingen te zoeken, kan deze laag minder aandacht krijgen. Dan weet je rationeel heel goed waarom iets verstandig is, terwijl je lijf iets anders laat merken.
Voor mij horen denken en voelen daarom bij elkaar. Denken helpt je begrijpen wat je ziet. Voelen helpt je onderzoeken wat dat voor jou betekent. Vanuit hoofd en hart ontstaat meer zicht op wat aandacht vraagt.
Durven gaat over wat je met dat inzicht doet
Er komt een moment waarop inzicht alleen niet meer voldoende is. Je hebt gezien wat er terugkomt en je merkt beter wat iets met je doet. Dan ontstaat een andere vraag: wat vraagt dit van mij?
Daar komt durven in beeld.
Durven hoeft niet te betekenen dat je ontslag neemt, een grote keuze maakt of je leven omgooit. Het kan zitten in het uitspreken van iets wat je al langer merkt. Een grens aangeven. Niet automatisch een taak overnemen. Een gesprek beginnen zonder de uitkomst vooraf te kennen. Of onderzoeken wat een andere mogelijkheid met je doet.
Bij durven speelt voor mij ook de buik mee. Niet als magisch beslissysteem, maar als plek waar je merkt of je bereid bent om iets werkelijk aan te gaan. Je kunt iets begrijpen en voelen en toch besluiten om er niets mee te doen. Ook dat is informatie.
Doen brengt ervaring
Pas wanneer je iets uitprobeert, ontstaat er nieuwe informatie.
Je kunt lang nadenken over een andere taakverdeling, maar pas wanneer je werkelijk iets loslaat, merk je wat dat met je doet. Je kunt je afvragen of een andere werkomgeving beter past, maar een gesprek, meeloopmoment of eerste verkenning vertelt je meer dan een lijst met voor en nadelen.
Doen hoeft daarom niet groot te zijn. Een kleine stap kan genoeg zijn om te ervaren of er iets klopt.
In mijn oorspronkelijke post beschreef ik die beweging in vier woorden: denken, voelen, durven en doen. Ook schreef ik dat er bij mensen al veel aanwezig is voordat een coachgesprek begint: richting, waarden en vakmanschap. De begeleiding voegt die niet toe. Ze helpt om zichtbaarder te maken wat er al is.
Binnen OHOM Ontplooi werk ik inmiddels met het bredere OHOM Ontwikkelkompas: Denken, Voelen, Durven, Doen, Ervaren en Versterken. Ervaren maakt zichtbaar wat een stap werkelijk met je doet. Versterken gaat over wat je vervolgens wilt behouden, oefenen of meer ruimte wilt geven.
Letterlijk in beweging komen
Een deel van mijn coachgesprekken vindt buiten plaats. Bij de Kleigaten Rientjes in Hengelo (Twente) loop ik met een coachee terwijl we onderzoeken wat er speelt. In een coachmoment hoeft er tijdens zo'n wandeling niet voortdurend gepraat te worden. We kunnen een vraag meenemen, een stuk lopen, en in mijn coachruimte terugkomen op iets wat onderweg opvalt en onderzoeken wat dat oproept.
Buiten verandert ook de manier waarop je met elkaar in gesprek bent. Je loopt naast elkaar en kijkt dezelfde kant op. Het tempo van het lopen geeft een ander ritme aan het gesprek. In mijn LinkedIn-post schreef ik al dat ik daarom graag interactief werk, ook met een praatplaat of vloerankers. Je blijft niet alleen praten óver een situatie, je maakt haar zichtbaar en kunt ervaren wat er verandert wanneer je letterlijk een andere positie inneemt.
Een vloeranker kan bijvoorbeeld staan voor je huidige werk, een andere richting of iets wat je belangrijk vindt. Door op verschillende plekken te gaan staan, kun je onderzoeken welke gedachten opkomen, wat je voelt en waar weerstand of juist beweging ontstaat. Niet omdat de plek op de vloer het antwoord geeft, maar omdat jij meer informatie krijgt over je eigen reactie.
Daar ligt voor mij de waarde van zo'n werkvorm.
Er is al meer aanwezig dan je denkt
Het beeld dat ik zelf mooi vind, is dat van een pioenroos. Een pioenroos hoeft niet te leren hoe ze een pioenroos wordt. Wat nodig is om te groeien, is al aanwezig. De omstandigheden bepalen mede hoeveel ruimte er komt om zich te ontvouwen.
Bij mensen kijk ik daar op een vergelijkbare manier naar. Ontwikkeling betekent niet dat er eerst iets aan je toegevoegd moet worden voordat je goed genoeg bent om een keuze te maken. Het gaat over ontdekken wat jou beweegt, herkennen wat bij je hoort en onderzoeken welke omstandigheden helpen om daar vorm aan te geven.
Energie, balans en richting zijn dan niet iets wat je rechtstreeks hoeft na te jagen. Ze kunnen ontstaan wanneer wat je doet beter aansluit bij wat voor jou betekenis heeft.
Dat vraagt aandacht. Geen haast.
Wat merk jij wanneer je ruimte maakt?
Je hoeft deze vraag niet meteen op te lossen. Je kunt hem meenemen en kijken wat je opvalt.
- Waar merk jij op dit moment dat wat je doet en wat bij je past niet helemaal meer samenvallen?
- Welke signalen krijg je vanuit je hoofd, je hart en je buik wanneer je daarbij stilstaat?
- Welke kleine stap zou je informatie kunnen geven, zonder dat je al hoeft te weten waar die uiteindelijk toe leidt?
Wil je eerst een week lang concreter zien waar je energie naartoe gaat en wat je juist energie geeft, gebruik dan de Energiemeter als eenvoudige eerste stap.
Leef wat klopt voor jou.






