Als je nadenkt over ander werk, ligt het voor de hand om vacatures te bekijken. Welke functies zijn er? Waar sluit mijn ervaring op aan? Wat kan ik met wat ik de afgelopen jaren heb opgebouwd? Het zijn relevante vragen en ze geven informatie over de mogelijkheden die er zijn.

Maar vacatures vertellen vooral wat een organisatie zoekt. Ze vertellen nog niet automatisch wat jij nodig hebt om goed tot je recht te komen. Daaronder ligt een vraag die veel mensen bezighoudt wanneer er iets begint te schuiven in hun werk: welk werk past bij mij?

Die vraag gaat niet alleen over wat je kunt of welke functietitel aansluit bij je cv. Hij gaat ook over wat jou beweegt, waar je energie van krijgt, welke omgeving bij je past en wat je nodig hebt om je werk op een manier te kunnen doen die bij jou aansluit.

Daarom begin ik een loopbaanverkenning niet alleen buiten jezelf. Eerst onderzoek je wat er in jou aanwezig is.

Je cv vertelt maar een deel van het verhaal

Je cv laat zien wat je hebt gedaan. Welke functies je hebt gehad, welke opleidingen je hebt gevolgd en welke verantwoordelijkheden je hebt gedragen. Dat is waardevolle informatie.

Maar het vertelt niet volledig waarom het ene werk je meer energie geeft dan het andere.

Je kunt ergens goed in zijn en toch merken dat je het niet meer wilt blijven doen. Je kunt veel ervaring hebben opgebouwd in een bepaald type werk, terwijl een ander deel van jezelf steeds nadrukkelijker aandacht vraagt. En je kunt waardering krijgen voor een kwaliteit die je zelf inmiddels vooral als belastend ervaart.

Dat maakt loopbaanvragen gelaagd.

De vraag wat kan ik? is belangrijk, maar niet voldoende.

Daar hoort ook bij: wat wil ik met wat ik kan?

En: onder welke omstandigheden komt dat het beste tot zijn recht?

Wat jou beweegt, geeft richting

Onder gedrag, kennis en vaardigheden spelen ook waarden, overtuigingen, motieven en drijfveren een rol. Ze bepalen niet welk beroep je moet kiezen, maar ze geven wel informatie over waarom de ene werkomgeving beter aansluit dan de andere.

De ene persoon krijgt energie van resultaat boeken en iets neerzetten. Een ander van samenwerken, verbinding en contact. Weer een ander wil autonomie, invloed of ruimte om zelf keuzes te maken. Het wordt interessant wanneer je niet alleen kijkt naar welke drijfveren aanwezig zijn, maar vooral naar hoe die in jouw dagelijks werk terugkomen.

Als autonomie en onafhankelijkheid voor jou belangrijk is, wat betekent dat dan concreet? Zelf je tijd indelen? Ruimte krijgen om beslissingen te nemen? Vrijheid in hoe je een resultaat bereikt?

Als verbonderheid belangrijk is, zoek je dan veel samenwerking, inhoudelijk overleg, persoonlijk contact of juist het gevoel ergens samen voor te staan?

Hoe concreter je dit maakt, hoe bruikbaarder het wordt in je loopbaanoriëntatie.

Dan kijk je anders naar een vacature.

Niet alleen: voldoe ik aan de eisen?

Maar ook: voldoet dit werk en deze werkomgeving aan wat voor mij belangrijk is?

Energie geeft aanvullende informatie

Naast drijfveren vertelt energie veel.

Van welke werkzaamheden krijg je energie, ook als ze inspanning vragen? Welke taken kun je prima uitvoeren, maar trekken je aan het einde van de dag leeg? Wanneer merk je dat je nieuwsgierig wordt, initiatief neemt of vanzelf langer met iets bezig wilt zijn?

Energie is geen simpele graadmeter voor wat je wel of niet moet doen. Werk bevat altijd onderdelen die minder leuk of meer belastend zijn.

Maar patronen zijn wel interessant.

Als je terugkijkt op de afgelopen maanden, waar zat dan de meeste betrokkenheid? Welke momenten bleven positief hangen? Welke taken stel je uit en welke pak je juist gemakkelijk op?

Daar zit informatie in over de richting die beter bij je kan passen.

Drijfveren letterlijk op tafel

Bij loopbaanvragen werk ik geregeld met de BUTTONS drijfverenanalyse. Die brengt 24 drijfveren in beeld en laat zien welke daarvan sterk bij iemand aanwezig zijn en welke situaties juist meer energie kunnen vragen.

De analyse vertelt niet welke baan je moet kiezen.

Je maakt deze visuele drijfverenanalyse in 3 tot 5 minuten. Tijdens een gesprek van ongeveer 60 tot 75 minuten bekijken we de uitkomsten en leggen we de drijfveerkaarten letterlijk op tafel. We onderzoeken wat iemand herkent, waar verrassing zit en welke ervaringen uit het werk daarbij passen.

Een uitkomst krijgt pas betekenis wanneer je hem verbindt aan echte situaties.

Als blijkt dat invloed belangrijk is, onderzoeken we waar iemand dat nu al ervaart en waar niet. Gaat het om beslissingsruimte? Gehoord worden? Verantwoordelijkheid dragen? Of juist zichtbaar iets kunnen veranderen?

Zo ontstaat geen etiket, maar taal. En met die taal kun je gerichter naar een volgende stap kijken.

Richting ontstaat door te onderzoeken

Binnen OHOM Ontplooi werk ik met het OHOM Ontwikkelkompas: Denken, Voelen, Durven, Doen, Ervaren en Versterken.

Bij een loopbaanvraag helpt Denken om verbanden te herkennen en informatie te ordenen. Voelen brengt een andere laag in beeld: wat gebeurt er wanneer je aan een bepaalde mogelijkheid denkt? Durven raakt aan de bereidheid om iets te onderzoeken of uit te spreken. Doen maakt een eerste beweging mogelijk. Ervaren levert nieuwe informatie op. Versterken gaat over wat je wilt vasthouden en verder wilt ontwikkelen.

Dat proces hoeft niet te beginnen met solliciteren. Je kunt iemand spreken die werk doet waar je nieuwsgierig naar bent. Een dag meelopen. Drie vacatures naast elkaar leggen en onderzoeken wat je aantrekt en afstoot. Binnen je huidige werk een taak anders organiseren. Of een wens bespreekbaar maken die al langer speelt.

Zo verzamel je informatie over jezelf én over de buitenwereld. Dat geeft richting zonder dat je meteen een definitief antwoord hoeft te hebben.

Je hoeft niet opnieuw te beginnen

Een loopbaanstap betekent niet automatisch dat alles anders moet. Je hebt kennis, ervaring, kwaliteiten en vakmanschap opgebouwd. Die hoeven niet weg omdat je iets anders wilt.

De vraag kan juist zijn: welke delen wil ik meenemen? Waar wil ik op voortbouwen? Welke ervaring wil ik in een andere context gebruiken? En welk deel hoeft niet langer het grootste stuk van mijn werk te bepalen?

Zoals een vis niet hoeft te leren hoe ze zwemt, hoef jij niet iemand anders te worden voordat ander werk beter kan passen. Ontwikkeling gaat ook over herkennen wat al aanwezig is en onderzoeken in welke omstandigheden dat beter tot zijn recht komt. Daar ontstaat meer richting. Niet door steeds meer toe te voegen, maar door scherper te zien wat bij jou hoort.

Kijk eerst naar binnen, dan naar buiten

Als je nu nadenkt over je volgende stap, kun je beginnen met drie vragen:

  • Van welke werkzaamheden krijg ik energie, ook als ze inspanning vragen?
  • Welke drie dingen moeten in mijn volgende werkomgeving aanwezig zijn om goed bij mij te passen?
  • Wat wil ik in een volgende stap behouden en wat hoeft niet meer mee?

Daarna wordt naar vacatures kijken interessanter. Je hebt dan niet alleen een lijst met functies voor je, maar ook je eigen criteria.

Wil je onderzoeken waar jouw loopbaanvraag precies over gaat, dan kun je starten met een gratis kennismaking.

Leef wat klopt voor jou.